Dries  •  verkeers­slacht­of­fer

Ik ben Dries. Wanneer ik 10 jaar was ben ik betrokken geweest in een zwaar auto-ongeval. Ik lag drie weken in een diepe coma, had verschillende zware hersenbloedingen en mijn rechterkant was volledig verlamd.

Wanneer ik uit coma ontwaakte begon voor mij een lang herstelproces. Ik moest alles terug leren, zelfs de simpelste zaken als leren stappen, schrijven, zindelijk worden, zelfstandig eten, …. Toen ik in het ziekenhuis naar de … moest deed alles wat ik moest doen pijn.

Na meer dan 2 maanden ziekenhuis ging ik naar het kinderrevalidatiecentrum Pulderbos in de Kempen, ver van huis. En dat net nu ik mijn mama, papa en zussen zo nodig had. Dat was heel moeilijk om te aanvaarden voor me. Gelukkig mochten ze me woensdag wel komen bezoeken en mocht ik in ‘t weekend naar huis. Eens daar kreeg ik heel veel kinesitherapie, ergotherapie en logopedie. Dat was zwaar, maar het wierp ook wel zijn vruchten af. Na een week mocht ik namelijk al met een looprekje lopen. Dat was toch een hele stap voorwaarts en een leuke verrassing voor mijn familie. Na een maand werd het zelfs nog beter en kon ik zelfstandig stappen. Helaas ging het niet met alles zo ‘n vaart : mijn studies gingen veel moeilijker, ik kon me ook veel moeilijker concentreren, ik sprak trager, schreef moeilijker,…

Na 9 maand werd ik dan ontslagen, wat in vergelijking met andere lotgenoten nog heel snel was. Dat vond ik wel heel tof, want dan mocht ik terug naar mijn oude school en mijn vrienden. Helaas zaten zij ondertussen al een jaar hoger. Daar waar ik voor het ongeval altijd de eerste van de klas was voor alle vakken was ik nu de laatste. Ik begreep de leerstof ook veel moeilijker, schreef moeilijker, …

Gelukkig kon ik de lagere school afmaken zonder nog is te blijven zitten. Maar dan kwam het grote onbekende pas echt voor mij. Het was hard werken in het middelbaar. Ik moest veel vroeger beginnen te herhalen voor mijn examens. Vanaf twee maanden voor de examens nam ik dagelijks een vak door en dan haalde ik nog met veel moeite 60%, meestal minder. Het eerste jaar slaagde, ik dus dat was al een eerste grote stap. Vanaf het tweede ging het echter een pak moeilijker. En het derde jaar verliep nog moeilijker. Tijdens het jaar had ik regelmatig buizen en ik kreeg een B-attest. Daarom besloten we dat ik wel naar het vierde jaar zou gaan, maar dan in een BSO-richting, Kantoor en Administratie. Ik kon het middelbaar afmaken zonder te blijven zitten en had mijn diploma.

Dat betekende ook wel dat ik vanaf dan moest gaan werken en even goed presteren als andere mensen. Mijn eerste werkgevers hadden niet veel begrip voor mijn situatie. Bij mijn eerste baas, een AD Delhaize, kreeg ik na 3 dagen al mijn ontslag, omdat ik zogezegd « ‘t werk niet aan kon ». Ik moest gewoon de rekken in de winkel vullen. Het enige probleem was dat ik dat trager deed dan anderen. Maar ja, dat was hun probleem duidelijk niet.

Na een jaar gesukkel kreeg ik dan werk op het kabinet van een minister. Ik kreeg er werk als bode en moest er de post ronddragen en af en toe een dringende fax wegbrengen. Dat was iets wat ik heel graag en ook goed deed, zeiden ze. Helaas was dat maar voor een jaar.

Daarna vond ik werk op een ministerie. Het was echter veel te moeilijk voor me en men had er geen begrip voor mijn situatie. Iets wat ik, zeker als het al zo moeilijk werk is, juist wel nodig heb. Maar ja, het mocht dus niet zijn. Het werd zelfs nog erger. Door het onbegrip kreeg ik veel stress, teveel stress. Door die stress kwamen er nieuwe problemen opduiken. Wanneer ik last had van teveel stress werd ik draaierig, met vaak misselijkheid tot gevolg.

Na een tijdje werd ik gelukkig overgeplaatst naar een andere dienst. Ik moest er mensen helpen die ons opbelden met vragen omtrent hun pensioen, arbeidsongeval, … Al snel bleek dat ook dat veel te moeilijk was voor mij. Net als op de vorige dienst hadden de collega ‘s er maar weinig of geen begrip voor. Mijn lijdensweg was dus nog niet ten einde. Ik kreeg weer te maken met de gezondheidsproblemen door teveel stress en moest regelmatig naar huis omdat ik ziek werd. Zo ging het lange tijd door en de dokters konden me niet zeggen wat het was. Na een aantal maanden gaf mijn dokter me 2 weken ziekteverlof.
Na die twee weken gaf de dokter me nog een maand ziekteverlof.

Tot ik op zekere dag, na 6 maand ziekteverlof, mijn ontslagbrief kreeg. Dat was een geluk bij een ongeluk. Nu was ik van dat ambetante werk af, maar dat betekende ook wel dat ik geen inkomen meer had. Uiteindelijk heb ik meer dan 2 jaar en een half op ziekteverlof gezeten.

Ondertussen had ik arbeidstrajectbegeleiding en deed ik verschillende stages om uit te zoeken wat ik nu precies graag deed en aankon. Nu werk ik halftijds, omdat voltijds te zwaar zou zijn voor me. Ik doe licht administratief werk. In het begin kreeg ik regelmatig wel terug last van die gezondheidsproblemen, maar na een tijd stabiliseerde dat en nu heb ik er geen last meer van. Dit komt voornamelijk omdat het eindelijk werk is dat ik aankan (buiten mijn werk als bode). Bovendien waarderen mijn collega's me, maken ze geen probleem van mijn handicaps en geven ze me het gevoel dat ik een van hen ben.

© 2017 Over-Hoop • design by Lotsofdots
Over-Hoop publiceert foto's van de activiteiten op haar website. Indien u niet wenst dat een foto van u online staat kan u dit mailen aan info@over-hoop.be